Kerstwandeltocht
------------------------------
vrijdag 17 december
&
zaterdag
18 december
-----------------------------
We
nodigen je uit, om deze tocht van ± 5 km. te wandelen.
Onderweg is er van alles te beleven! Er hangen op zes kerken in Emmeloord een verlicht spandoek met daarop afbeeldingen van het kerstverhaal. Deze schilderijen zijn speciaal voor dit project gemaakt door Jessy Ronner.
De tocht is te lopen vanaf 18.30 uur t/m 21.00 uur.
De lichtjes wijzen je de weg.

Start:
Parkeerplaats bij
'de Fontein'
Wilgenlaan 4, Emmeloord
-------------------------------
De auto kun je parkeren op de parkeerplaats naast Flevoboys.
Toegang is gratis.
DE ENGEL VERSCHIJNT AAN MARIA
God stuurde de engel Gabriel naar Nazareth, een stad in Galilea. De engel ging naar Maria, een jonge vrouw die zou gaan trouwen met Jozef. Jozef kwam uit de familie van koning David. De engel zei tegen Maria: Ik groet je, Maria. God heeft jou uitgekozen. Hij zal bij je zijn. Maria schrok van de woorden van de engel. Ze vroeg zich af wat hij bedoelde. Toen zei de engel tegen Maria: Je hoeft niet bang te zijn, Maria. God heeft je uitgekozen voor iets moois. Je zult zwanger worden en een zoon krijgen. Je moet hem Jezus noemen. Jezus zal heel belangrijk zijn, hij zal Zoon van de allerhoogste God genoemd worden. En God, de Heer, zal hem koning maken, net zoals zijn voorvader David dat was. Jezus zal voor altijd koning van Israël zijn. Aan zijn macht komt geen einde.
JOZEF EN MARIA OP WEG NAAR BETHLEHEM
In die tijd werd er een bevel van keizer Augustus bekendgemaakt. Hij wilde alle inwoners van het Romeinse rijk laten tellen. Het was de eerste keer dat dit gebeurde. Het was in de tijd dat Quirinius de provincie Syrië bestuurde. Iedereen moest geteld worden in de plaats waar zijn familie vandaan kwam. Daarom gingen alle mensen op reis. Ook Jozef moest op reis. Hij ging van Nazareth in Galilea naar Betlehem in Judea. Want hij kwam uit de familie van David en David kwam uit Bethlehem. Jozef ging samen met Maria naar Bethlehem. Maria zou met Jozef gaan trouwen en ze was zwanger.
HERDERS IN HET VELD
Die nacht waren er herders in de buurt van Betlehem. Ze pasten buiten op hun schapen. Opeens stond er een engel tussen de herders, en het licht van God straalde om hen heen. De herders werden bang. Maar de engel zei: Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn. Vandaag is jullie redder geboren: Christus de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David. En zo kunnen jullie hem herkennen: het kind ligt in een voerbak en is in een doek gewikkeld.
ENGELEN
En plotseling was er bij de engel een hele groep engelen. Ze eerden God en zeiden: Alle eer aan God in de hemel. En vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.
KINDJE JEZUS IN DE KRIBBE
Toen Jozef en Maria in Betlehem waren, werd het kind geboren. Het was Maria’s eerste kind, een jongen. Maria wikkelde hem in een doek, en legde hem in een voerbak voor de dieren. Want er was voor hen nergens plaats om te slapen.
WIJZE UIT HET OOSTEN
Niet lang na de geboorte van Jezus kwamen er wijze mannen in Jeruzalem aan. Ze kwamen uit het oosten, uit een ver land. Ze vroegen aan de mensen in Jeruzalem: Waar is de koning van de Joden die kortgeleden geboren is? We hebben zijn ster gezien. Die kwam aan de hemel omhoog. En nu zijn we gekomen om de nieuwe koning te eren. Toen koning Herodes dat hoorde, schrok hij vreselijk. Ook de andere mensen in Jeruzalem schrokken. Herodes liet alle priesters en wetsleraren bij elkaar komen. Hij vroeg aan hen: waar zal de Messias geboren worden? Ze zeiden: in Betlehem in Judea, want dat wordt al verteld in de heilige boeken.

Toen liet Herodes de wijze mannen in het geheim bij zich komen. Hij wilde precies weten wanneer ze de ster voor het eerst gezien hadden. Daarna zei hij : Ga naar Betlehem en zoek uit waar het kind precies is. Als jullie hem gevonden hebben, moet je dat aan mij komen vertellen. Dan kan ik naar hem toe gaan om hem te eren. Na het gesprek met Herodes gingen de wijze mannen op weg. En opeens was daar de ster weer die ze al eerder gezien hadden. Toen ze de ster weer zagen, waren ze erg blij. De ster wees hun de weg. Hij bleef staan boven het huis waar het kind was. De wijze mannen gingen naar binnen. Daar zagen ze het kind bij zijn moeder Maria. Ze knielden voor hem en eerden hem. Ze geven hem de dure geschenken die ze meegebracht hadden: goud, wierook en mirre. ’s Nachts kregen de wijze mannen een droom. In de droom zei God tegen hen: Jullie moeten niet teruggaan naar Herodes. En dus gingen ze langs een andere weg terug naar hun land.